Provocatief coachen

img_6609Als er een methode van coachen is waarin Don uitblinkt, dan is het wel provocatief coachen. Om het beter te begrijpen en kijken of het ook in jullie situatie van toegevoegde waarde kan zijn, is onderstaand stuk van Eeke Scheweer zeer verhelderend.

 

Provocatief coachen

De ene vorm van coachen is de andere niet. Er zijn verschillende soorten, van heel gedragsgericht tot vormen waarbij iemands identiteit in het geding is. Bij al die vormen stelt de coach vooral vragen. Zeer zelden poneert een coach iets. Hij reageert meestal. Hij probeert ook heel nauw aan te sluiten bij de gevoelens van de cliënt, hij leeft zich in en heeft een enorme schroom om zijn eigen ideeën en invallen te etaleren. Dat is heel anders bij het provocatief coachen.

Deze vorm van coaching is gebaseerd op de uitgangspunten van Frank Farelly, een leerling van Carl Rogers, de grondlegger van de cliënt-centered therapie, waar empathie en onvoorwaardelijke acceptatie van cliënt en zijn probleem essentieel zijn. Anders dan zijn leermeester gebruikt Farelly provocaties ten opzichte van zijn cliënten, en die blijken te werken. Hij boekt vooruitgang, zelfs in tot dan toe hardnekkige probleemsituaties. Een provocatieve coach wil vooral dat de cliënt op eigen benen gaat staan en daardoor los komt van hardnekkig knellende patronen. Hij juicht het nemen van initiatief toe en stimuleert actie en schuwt getheoretiseer.

Heel anders dan bij andere vormen van coaching is hier geen sprake van empathie, meeleven en onvoorwaardelijke acceptatie, en de alom geprezen uniciteit van mensen wordt expliciet ontkend. De provocatieve coach daagt uit, zet zijn cliënt op het verkeerde been, overdrijft of bagatelliseert – al naar gelang wat hij op dat moment wenselijk acht – dramatiseert, maar heeft vooral veel plezier en gebruikt humor. Hij plaagt en verzint telkens weer iets nieuws. Hij zegt wat hem te binnen schiet en pretendeert in het geheel niet de deskundige te zijn. De cliënt moet alles zelf doen. Het appèl op zijn daadkracht en assertiviteit is groot. Iedere (aangeleerde) vorm van hulpeloosheid wordt hem afgeleerd.

Uitgangspunten

De provocatieve coach houdt zich aan drie belangrijke uitgangspunten voor zijn werk: – Hij zorgt voor een goede, warme en hartelijke relatie met zijn cliënt. Daar investeert hij flink in. Zijn provocatie is gericht op het probleem van de cliënt, niet op de persoon. Om die relatie goed te houden raakt hij de cliënt veelvuldig – in het fatsoenlijke – aan en gaat licht voorovergebogen ten opzichte van de cliënt zitten. Hij laat de cliënt op vele manieren blijken dat hij om hem geeft en hem waardeert. Met schalkse ogen kan hij als het ware de scherpste dingen zeggen. Waar het gevoel van waardering ontbreekt, wordt provocatie cynisme en verkilt de verhouding tussen coach en cliënt. Het gaat er om dat de persoon intact blijft, terwijl zijn denken en beleven op allerlei manieren aan het wankelen worden gebracht. ‘Rapport’ (goede gevoelsmatige afstemming op elkaar) is daarbij van wezenlijk belang. Door ‘rapport’ komt er wederzijds vertrouwen in een relatie.

-Het tweede belangrijke uitgangspunt behelst het gebruik van humor. Humor houdt de interactie soepel. Door humor wordt lastige harde uitdaging acceptabel. In met humor en lachen doorspekte communicatie tussen cliënt en coach versoepelt het denken en borrelen associaties, absurde verklaringen en alternatieven als vanzelf op. Lachen en humor doen wonderen in de relatie tussen coach en cliënt, humor relativeert en geeft de cliënt de mogelijkheid uit zijn eenzijdige kijk op de werkelijkheid te ontsnappen, hij komt door nieuw perspectief gemakkelijker tot nieuwe ideeën en nieuw gedrag. Humor vermindert ook vaak angst en spanning en zorgt in elk geval voor een gevoel van onderlinge verbondenheid. Door lachen komt endorfine, adrenaline en immunoglobine vrij in het lichaam. Dat verhoogt de weerstand en verbetert de stemming om te presteren en vergroot de controle over het eigen bestaan.

– ‘Zeggen wat je denkt’ vormt het derde uitgangspunt voor de provocatieve coach. Hij kijkt vanuit zijn eigen perspectief, dat is zijn kracht en van daaruit zet hij zijn cliënt op een ander been. Daar komen zijn provocaties vandaan. Hij beschikt over een arsenaal theorieën, invallen, voorbeelden, grappen en ontsporing veroorzakende opmerkingen. Hij slingert ook met plezier zijn opvattingen en theorieën rond. Voor hem is dat plezier zelfs een belangrijk criterium in zijn werk. Hij beseft ook dat cliënten meer aankunnen, meer veerkracht hebben dan wat de meeste therapeuten veronderstellen.

In een relatie waar deze drie uitgangspunten op een correcte manier gehanteerd worden, kan de coach provocatief communiceren. Hij kan dan iets zeggen wat de cliënt zelf misschien wel eens stiekem heeft gedacht, maar nooit luidop durfde zeggen. Eindelijk treft de cliënt eens iemand die dat wel durft, en dat gevoel schept ook een goede band en maakt pijnlijke zaken bespreekbaar. Werkwijze De coach weigert consequent de cliënt te helpen en is huiverig voor elke vorm van slaafsheid bij de cliënt en ‘vampirisme’ bij de coach. Met vampirisme wordt bedoeld dat sommige hulpverleners zich met een zekere gretigheid op hun slachtoffer werpen, zich verlustigend in diens ellende.

Een provocatieve coach gelooft in de veerkracht van zijn cliënt, die best in staat is om de waarheid onder ogen te zien. De cliënt van een provocatieve coach heeft er dan ook niks aan om te vluchten in vage verzinsels. Hij moet de werkelijkheid onder ogen durven zien. Dat biedt hem houvast en vormt een goed uitgangspunt voor actie. Hij moet zijn probleem als het ware aan de coach ‘verkopen’. Deze test de motivatie door in eerste instantie alles wat de cliënt zegt te wantrouwen. Als de cliënt bijvoorbeeld een succesverhaal vertelt, dan gelooft de coach daar niks van. Hij ondermijnt het liefste dat verhaal. Dat heeft tot gevolg dat de cliënt zijn succes nog sterker moet benadrukken, waardoor hij nog sterker van dat succes overtuigd raakt. Waar de cliënt zich verzet, bijvoorbeeld tegen een overdreven negatieve beschrijving van zijn probleem door de coach, ontstaat er bij de cliënt ruimte voor het positieve en zal zijn daadkracht toenemen. Het is niet de bedoeling dat de coach echt het verhaal ondermijnt.

Hij doet dit alleen om de overtuiging van de cliënt over zijn kunnen te versterken. Eigenlijk is het doel van al zijn interventies: het vergroten van het gevoel van eigenwaarde en een sterk realiteitsbesef. Vandaar dat hij ‘raar’ intervenieert, de coach houdt de cliënt flink aan het werk. Dilemma’s Zit de cliënt met een dilemma, de coach zal zondermeer partij kiezen voor één van beide kanten. Daardoor gaat de cliënt waarschijnlijk de voordelen van de andere kant benadrukken. Wie het eens wordt met de coach, hoort hem onmiddellijk het tegenovergestelde beweren. ‘Wip-wappend’ verkent de coach zo samen met zijn cliënt het dilemma. Wie van de coach een serieus advies verwacht, wordt geconfronteerd met een absurd voorstel. De provocatieve coach ziet veel liever dat de cliënt zelf denkt en op waardevolle ideeën komt. Wie denkt dat de coach het wel even weet, wordt direct teruggeworpen op eigen denken en kunnen. De coach doet namelijk allerlei dwaze of negatieve suggesties, waartegen de cliënt zich moet verdedigen.

Verwarring

De provocatieve coach is verschrikkelijk onhandig, weet niks, houdt geen enkele structuur in de gaten, zaait zelfs verwarring, continuïteit heeft voor hem geen enkele waarde. De provocatieve coach lijkt op een verstrooide professor en voelt zich geheel machteloos ten opzichte van het probleem van de cliënt, althans dat suggereert hij. Soms snijdt hij een willekeurig onderwerp aan en bewandelt met opzet zijpaden. Dat is zijn bijdrage om tot de kern – hardnekkige diepere patronen – te komen. Om een ezel vooruit te krijgen trekt hij hem aan de staart. Wil de cliënt een probleem oplossen, dan zegt zijn coach dat dat absoluut geen zin heeft, bovendien ziet hij overal een gave of een uitdaging waar de cliënt een probleem ziet. Beweert de cliënt dat hij iets wil leren dan beweert zijn coach dat dat voor zijn cliënt in het geheel niet haalbaar is. Wil de cliënt ergens niet over praten, dan wil zijn coach dat juist lekker wel. Blijft de cliënt vaag of algemeen, dan gaat de coach heel gedetailleerd naar de feiten vragen. Bagatelliseert de cliënt zijn problemen, dan blaast de coach deze op, hij stelt dat het allemaal veel erger is dan de cliënt denkt. Soms vindt de coach het nodig – als de cliënt belangrijke onderwerpen ontwijkt – verwarring te stichten. Hij zorgt er dan voor dat alle houvast verdwijnt, door zoveel verwarring te stichten dat de cliënt niet meer door zijn bewuste denken wordt gecontroleerd. In uiterste verwarring aanvaardt de cliënt in zo’n situatie iets gemakkelijker de eerste de beste heldere opdracht van de coach. Deze past dan de toon waarop hij praat aan. Die wordt iets rustiger, dieper en gedragener.

De cliënt moet de waarheid goed onder ogen zien. Wie de harde waarheid bij herhaling krijgt te horen, leert er mee leven. Blaast de cliënt zijn probleem op, dan relativeert de coach. De coach onderbreekt ook voortdurend zijn cliënt. Daardoor komt de cliënt verder dan waar hij zelf al was, althans dat is de bedoeling. Het oude voor de cliënt zo vertrouwde verhaal wordt doorbroken en de cliënt moet als het ware het belang van zijn eigen probleem bevechten.

Verantwoordelijkheid

Heel duidelijk appelleert de provocatieve coach aan de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt voor zijn probleem. Zijn openingsvraag is ook per definitie: ‘Wat is uw probleem?’ De cliënt kan nergens steunen op de mening of visie van zijn coach. Denkt de cliënt dat hij schuldig is aan bepaalde voorvallen, dan haalt de coach dat onmiddellijk onderuit. Zegt de cliënt, of laat hij op een andere manier blijken dat hij slachtoffer is, en dat anderen daar de schuld van hebben, dan zal de coach vooral de aandacht vestigen op de bijdrage en schuld van de cliënt zelf. Overeenstemming over de schuldvraag komt er dus nooit, behalve als de analyse van de cliënt ertoe leidt dat hij echt iets gaat ondernemen om de situatie te veranderen. Een ding is namelijk duidelijk, waar de schuld ook ligt, de werker zelf moet iets aan het probleem doen. Heeft iemand een klein gevoel van eigenwaarde, dan zal de coach alle mogelijk moeite doen om dat negatieve beeld positiever te maken, maar ook omgekeerd: iemand met een te groot ego wordt onmiddellijk getest op de houdbaarheid van dat idee. Als de cliënt zegt dat hij dankzij de coaching aardig vooruitgaat, dan zal de coach dat betwijfelen. Kortom het is altijd anders dan de cliënt zegt of verwacht. Theater De provocatieve coach houdt van overdrijving. Hij overdrijft bijvoorbeeld met veel plezier iemands non-verbale gedrag. Hangt de cliënt lui in zijn stoel, de coach doet dat in nog ergere mate. Speelt de cliënt spelletjes (zoals ‘ik weet alles beter’ of ‘ik ben hopeloos hulpeloos’), dan speelt de coach die op een overdreven wijze mee, of hij speelt op een overdreven manier de tegenpool.

De coach vergroot ook met verve de culturele vooroordelen die er over bepaalde groepen bestaan. Hij maakt veelvuldig gebruik van theater, hij dramatiseert door op een overdreven manier de gevoelens en overtuigingen van de cliënt na te spelen, hij gebruikt pakkende slogans, spreuken en citaten. Die blijven het beste hangen bij de cliënt en hebben daardoor een belangrijke invloed op het veranderen van zijn overtuigingen. De provocatieve coach gaat nooit emoties uit de weg, hij zoekt ze veeleer op, en dan gaat het niet om een goed gesprek over emoties, maar om het tonen van emotie. De coach provoceert net zolang tot de cliënt emotie laat zien. Pas als deze bijvoorbeeld met gebalde vuisten, toegeknepen ogen en versnelde ademhaling reageert op de coach, gebeurt er echt iets. Op zulke momenten gaat de provocatieve coach juist door. Vooral als hij verschil merkt tussen verbaal en non-verbaal gedrag. Waar emotie voelbaar wordt, liggen kansen voor verandering en persoonlijke groei. Pijnlijke situaties worden niet vermeden, ook al vraagt de cliënt dat wel te doen. Dat lijkt misschien van weinig respect te getuigen en de cliënt zal ook geschokt en geschrokken reageren, maar als hij daar doorheen is, heeft hij een coach getroffen waarmee hij pijnlijke thema’s kan bespreken. Een cliënt heeft immers al relaties genoeg waar dit soort thema’s worden vermeden. Nee, een provocatieve coach maakt juist een thema van essentiële angst, zoals afkeuring, eenzaamheid, schuld, falen, lijden en verdriet.

Theoretiseren

Sommige cliënten hebben de neiging om heel gewichtig te doen over hun probleem. ‘Waar zou het toch vandaan kunnen komen?’, vragen zij zich af en leggen deze vraag met een gewichtige blik voor aan de coach. Theoretisch speuren naar oorzaken is vaak het bewandelen van een ‘verklarende vluchtweg’. De cliënt komt daardoor niet tot daden. Een provocatieve coach gaat dan ook heel gewichtig en ‘deskundig’ op deze vraag in. Hij doet dat zo overdreven, dat de cliënt wel moet concluderen dat dit een absurde verklaring is waar hij niets aan heeft. Misschien is er wel geen enkele verklaring die hem een zier vooruit helpt. Dat hoopt de coach in elk geval. Ook hier gaat het de coach weer om het stimuleren van constructieve daden in plaats van het zinloos zoeken naar verklaringen.

Congruentie

Ook voor een provocatieve coach geldt dat hij niet op alles op een grappige of plagende manier reageert. Er zijn situaties die zo erg zijn dat hij het niet over zijn hart kan krijgen om dat te doen. Dan reageert hij congruent in woord en gebaar laat hij merken dat hij meevoelt, net zoals traditionele empathische coaches dat doen. Als het echter gaat om de manier waarop de cliënt met de situatie of het trauma omgaat, schakelt hij weer over naar zijn provocatieve manier. Epiloog Sinds het lezen van het boek over provocatief coachen en het volgen van een workshop pas ik de werkwijze zo nu en dan toe bij mijn supervisanten. Ik waarschuw nog wel en geef aan waar het mij om gaat, ‘jou helpen bij puzzels en problemen zelf het heft in handen te nemen.’ Het is elke keer weer verbazingwekkend om te zien hoe versnellend dat werkt. Sommigen voelen energie hun lijf instromen om zich te verweren tegen mijn provocaties en besluiten om er nu echt iets aan te doen. Anderen bulderen van het lachen om mijn absurde overdrijvingen en zien dan in dat ze bijvoorbeeld wel heel erg beschermend optreden ten opzichte van hun medewerkers. Het effect is veelal dat ze voor de volgende bijeenkomst tot actie zijn overgegaan. Die paar keer dat ik een soort demonstratie provocatief coachen heb gegeven bij ‘cursisten’ die ik niet kende, is het mij slecht bevallen. Kennelijk heb ik een zeker krediet nodig dat ik niet verwerf door te provoceren. Pas als ik dat krediet langs een andere weg verworven heb, heeft de provocatie het gewenste effect. Misschien is dat nog onhandigheid, maar ik vind het zeer de moeite waard om met provocaties te experimenteren.

Eeke Scheweer Managementcentrum Atol Zernikepark 4 9747 AN Groningen Tel.: 050-5745727 Fax: 050-5717430 atol@org.hanze.nl www.atol.nl

Geplaatst in Geen categorie.